Recept uploaden
Product
12 oktober 2026

Het westnijlvirus is terug in Nederland: wat weten we nu?

Leestijd: 7 minuten

In januari 2024 publiceerden we hier al een gezondheidsblog over het westnijlvirus. Toen was het virus in Nederland nog vooral iets om in de gaten te houden, maar inmiddels is de situatie behoorlijk veranderd. In 2026 zijn op verschillende plaatsen in Nederland besmettingen vastgesteld bij zowel mensen als paarden, vogels en muggen. Dat betekent niet dat we met een grote epidemie te maken hebben; de meeste mensen die besmet raken, merken daar zelfs niets van. Toch is het westnijlvirus niet langer alleen een infectieziekte die vooral in Zuid-Europa voorkomt. Ook in Nederland moeten we er steeds meer rekening mee houden.

Het westnijlvirus, vaak afgekort als WNV, circuleert vooral tussen vogels en muggen. Muggen raken besmet wanneer ze bloed zuigen bij een vogel die het virus bij zich draagt. Vervolgens kunnen ze het virus bij een volgende beet overdragen. Vooral muggen van het geslacht Culex spelen hierbij een belangrijke rol. Tot deze groep behoort ook de gewone huissteekmug, die in Nederland veel voorkomt.

Mensen en paarden kunnen door een steek besmet raken, maar zij spelen vrijwel geen rol bij verdere verspreiding. Er zit bij hen doorgaans te weinig virus in het bloed om een nieuwe mug te besmetten. Een besmet persoon kan het virus normaal gesproken dus niet aan andere mensen doorgeven. Alleen in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld via bloedtransfusies of orgaantransplantaties, kan overdracht van mens op mens voorkomen.


Wat is er sinds 2024 veranderd?

Het westnijlvirus werd in 2020 voor het eerst in Nederland aangetroffen bij vogels en muggen. In datzelfde jaar werden ook enkele besmettingen bij mensen vastgesteld. Daarna bleef het enkele jaren relatief rustig. In 2024 waren er geen duidelijke signalen van grootschalige verspreiding in Nederland, maar in 2025 werd het virus vaker aangetroffen bij onder andere vogels, paarden en muggen. Nu – oktober 2026 - is duidelijk dat het virus zich op meerdere plaatsen in Nederland verspreidt. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) meldde in september 56 mensen die het virus in Nederland hadden opgelopen en dat negen patiënten met een westnijlvirusinfectie zijn overleden. Bij de meeste patiënten werd de infectie pas ontdekt nadat zij vanwege ernstige klachten in het ziekenhuis waren opgenomen.

Het werkelijke aantal besmettingen bij mensen ligt waarschijnlijk een stuk hoger. Dit omdat het virus gevonden is in gevangen huissteekmuggen. Echter krijgen de meeste mensen geen klachten en worden daarom niet getest.

Het westnijlvirus verspreidt zich niet alleen in Nederland, maar ook al langere tijd over andere delen van Europa. Vooral in landen als Italië en Griekenland zijn er relatief veel gevallen, maar ook Frankrijk, Spanje, Duitsland en België melden infecties. Het veranderende klimaat speelt hierbij een belangrijke rol. Muggen ontwikkelen zich sneller bij hogere temperaturen en ook het virus kan zich bij warm weer gemakkelijker in de mug vermenigvuldigen. Langere warme perioden zorgen bovendien voor een langer muggenseizoen.

Hoewel de cijfers misschien verontrustend klinken, is het wel belangrijk om ze in perspectief te zien. Ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raken met het westnijlvirus krijgt helemaal geen klachten. Ongeveer één op de vijf krijgt wel ziekteverschijnselen. Dit wordt meestal westnijlkoorts genoemd. De klachten lijken vaak op griep. Mensen kunnen last krijgen van koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. Soms komen ook buikpijn, diarree, huiduitslag en opgezette lymfeklieren voor. Bij de meeste mensen verdwijnen de klachten vanzelf.

Bij ongeveer één procent van de besmette mensen kan het virus het zenuwstelsel aantasten. Er kan dan bijvoorbeeld een hersenontsteking of hersenvliesontsteking ontstaan. Mogelijke klachten zijn ernstige hoofdpijn, hoge koorts, sufheid, verwardheid, spierzwakte, problemen met bewegen en soms verlammingsverschijnselen. Vooral oudere mensen en mensen met een verminderde afweer hebben een grotere kans op een ernstig ziekteverloop. In het ernstigste geval komt iemand te overlijden.


Behandeling

Er bestaat helaas geen specifiek geneesmiddel dat het virus bestrijdt. Ook is er voor mensen nog geen vaccin beschikbaar. Bij milde klachten bestaat de behandeling vooral uit rust, voldoende drinken en eventueel medicijnen tegen pijn of koorts, zoals paracetamol. Bij ernstige klachten kan opname in het ziekenhuis nodig zijn. De behandeling is dan vooral ondersteunend, bijvoorbeeld met vochttoediening, pijnbestrijding of ondersteuning van de ademhaling.

Besmetting via bloed

In 2026 werd het westnijlvirus aangetroffen bij een Nederlandse bloeddonor. Ook werd een patiënt gemeld die waarschijnlijk via een bloedtransfusie besmet was geraakt. Dat was reden om de controle op bloeddonaties verder uit te breiden, waarmee wordt voorkomen dat besmet bloed wordt gebruikt voor transfusies. Juist omdat zoveel mensen geen klachten hebben, is deze controle belangrijk.

Voorkomen blijft de beste bescherming

Omdat er nog geen vaccin of preventief medicijn voor mensen bestaat, blijft het voorkomen van muggenbeten de belangrijkste manier om het risico op besmetting te verkleinen. De gewone huissteekmug is vooral actief vanaf de schemering en gedurende de nacht. Het is daarom verstandig om ’s avonds de huid zoveel mogelijk te bedekken, horren te gebruiken en een geschikt muggenwerend middel te gebruiken. Ook rond het huis kunnen maatregelen helpen. Muggen leggen hun eitjes graag in stilstaand water. Denk aan emmers, schotels onder plantenpotten, regentonnen en andere plekken waar water blijft staan.

Tot slot

Het westnijlvirus is in Nederland inmiddels meer dan een risico op papier. De besmettingen bij mensen, paarden, vogels en muggen laten zien dat het virus hier daadwerkelijk rondwaart. Tegelijkertijd blijft de kans om ernstig ziek te worden gelukkig klein. De meeste mensen die besmet raken, merken daar niets van en slechts een klein deel ontwikkelt ernstige klachten. Wel lijkt het erop dat het virus zich in Europa verder naar het noorden verspreidt en dat warme zomers gunstige omstandigheden creëren voor verdere verspreiding.

Westnijlvirus, WNV, besmetting, virus
Deel dit artikel via: