
Waarom stoppen we in Nederland met de 13 wekenecho?
Leestijd: 6 minutenSinds 2021 kunnen zwangere vrouwen in Nederland een 13 wekenecho laten maken. Daarmee kunnen sommige ernstige afwijkingen bij een ongeboren kind al vroeg worden ontdekt. Toch heeft de overheid besloten om vanaf 1 januari 2028 met dit onderzoek te stoppen. Waarom is dat besluit genomen en wat betekent dit voor aanstaande ouders?
De 13 wekenecho werd in september 2021 ingevoerd als onderdeel van een groot wetenschappelijk onderzoek. Het doel was om te ontdekken of een extra echo vroeg in de zwangerschap voldoende voordelen biedt. Ruim vijf jaar later blijkt dat de uitslagen niet altijd betrouwbaar genoeg zijn. Op advies van de Gezondheidsraad heeft minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daarom besloten het onderzoek niet definitief in te voeren.
Wat is de 13 wekenecho?
De 13 wekenecho is een medisch onderzoek waarbij met geluidsgolven beelden worden gemaakt van een ongeboren kind. Het onderzoek vindt plaats tussen twaalf weken en drie dagen en veertien weken en drie dagen zwangerschap. Tijdens de echo kijkt een speciaal opgeleide echoscopist naar de lichamelijke ontwikkeling van het kindje. Daarbij worden onder andere de schedel, hersenen, buik, wervelkolom, armen en benen bekeken. Ook wordt gekeken naar het hart, de placenta en de hoeveelheid vruchtwater. Sommige ernstige lichamelijke afwijkingen zijn al in deze vroege fase zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan een open schedel, een open rug of een ernstige afwijking aan de buikwand. Het onderzoek duurt ongeveer een halfuur en is niet schadelijk voor moeder of kind. De zwangere vrouw beslist zelf of zij de echo wil laten maken.

Waarom werd de echo ingevoerd?
Voor de invoering van de 13 wekenecho werden veel lichamelijke afwijkingen pas ontdekt tijdens de 20 wekenecho. Dat betekende dat aanstaande ouders soms pas halverwege de zwangerschap hoorden dat hun kindje mogelijk een ernstige afwijking had. Een eerdere echo leek daarom verschillende voordelen te bieden. Ouders zouden eerder duidelijkheid kunnen krijgen over de gezondheid van hun kind. Wanneer een afwijking werd vermoed, was er meer tijd voor aanvullend onderzoek en gesprekken met specialisten. Ook kregen ouders meer tijd om na te denken over moeilijke beslissingen. Bijvoorbeeld over de medische mogelijkheden na de geboorte of over het voortzetten van de zwangerschap.
Om te onderzoeken of deze voordelen opwegen tegen mogelijke nadelen, begon in 2021 een landelijke studie. Zwangere vrouwen konden vrijwillig deelnemen en de echo werd door de overheid betaald. De uitkomsten van de studie laten zien dat de 13 wekenecho inderdaad ernstige lichamelijke afwijkingen vroeg kan opsporen. Maar onderzoekers ontdekten ook belangrijke nadelen. Zo bleek dat een afwijkende uitslag niet altijd betekende dat er daadwerkelijk iets mis was met het kind. Sommige zwangere vrouwen werden voor vervolgonderzoek doorgestuurd, terwijl later bleek dat er geen afwijking aanwezig was.
Dat kan veel onzekerheid veroorzaken. Ouders die aanvankelijk blij waren met hun zwangerschap, kunnen plotseling worden geconfronteerd met de mogelijkheid dat hun kind ernstig ziek is. Vervolgens moeten zij soms dagen of weken wachten op meer duidelijkheid. Daarnaast werden niet alle ernstige afwijkingen tijdens de vroege echo ontdekt. Bij dertien weken is een ongeboren kind nog klein en zijn verschillende organen niet volledig ontwikkeld. Sommige afwijkingen zijn daardoor pas later in de zwangerschap zichtbaar. Een goede uitslag betekent dus niet automatisch dat het kind gezond is.
Waarom heeft de overheid besloten te stoppen?
De Gezondheidsraad heeft zich gebogen over de resultaten van het onderzoek en bracht op 22 september 2026 advies uit. Volgens de raad wegen de voordelen van de 13 wekenecho in de huidige vorm niet voldoende op tegen de nadelen. Vooral de onzekerheid door onjuiste uitslagen en het missen van afwijkingen spelen daarbij een belangrijke rol. De minister besloot vervolgens om het onderzoek te beëindigen. De overheid gaat wel opnieuw kijken naar de mogelijkheden van onderzoek tijdens de zwangerschap.
Wat gebeurt er met de 20 wekenecho?
De 20 wekenecho blijft gewoon bestaan. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken of het ongeboren kind lichamelijke afwijkingen heeft. Het onderzoek vindt meestal plaats rond de negentiende week van de zwangerschap. Het grote verschil is dat het kind dan verder ontwikkeld is. Daardoor kunnen verschillende organen en lichaamsdelen uitgebreider worden bekeken. Sommige afwijkingen die rond dertien weken nog niet zichtbaar zijn, kunnen tijdens de 20 wekenecho wel worden ontdekt.
Ook de NIPT blijft beschikbaar. Dit is een bloedonderzoek waarmee wordt gekeken of het ongeboren kind mogelijk bepaalde chromosoomafwijkingen heeft, zoals het syndroom van Down. De NIPT onderzoekt dus iets anders dan een medische echo.
Maar geen van deze onderzoeken geeft volledige zekerheid over de gezondheid van een kind.
Wat betekent het besluit voor zwangere vrouwen?
Voor vrouwen die op dit moment zwanger zijn, verandert er voorlopig niets. De 13 wekenecho blijft tot 1 januari 2028 beschikbaar binnen het bestaande onderzoeksprogramma. Zwangere vrouwen kunnen tot die tijd zelf kiezen of zij het onderzoek willen laten uitvoeren. De echo wordt betaald door de overheid en deelname is vrijwillig. Vanaf 2028 wordt de 13 wekenecho niet langer aangeboden. Dat betekent niet dat een zwangere vrouw nooit meer vroeg in de zwangerschap een medische echo kan krijgen. Wanneer daar een reden voor is, kan de verloskundige of gynaecoloog aanvullend onderzoek laten uitvoeren.
Tot slot
Het besluit om met de 13 wekenecho te stoppen, laat zien dat medische onderzoeken niet alleen voordelen hebben. Een onderzoek kan belangrijke informatie opleveren, maar ook onzekerheid veroorzaken wanneer de uitkomst niet duidelijk is.