
Eikenprocessierups in Nederland: waarom neemt de overlast in 2026 weer toe?
Leestijd: 6 minutenDe eikenprocessierups is al jarenlang een bekende rups in Nederland. Vooral in de maanden mei, juni en juli verschijnen er regelmatig waarschuwingen voor de kleine brandharen van dit diertje. Wie ermee in aanraking komt, kan last krijgen van jeuk, huiduitslag of geïrriteerde ogen. Na enkele jaren waarin de overlast leek af te nemen, is de eikenprocessierups in 2026 opnieuw bezig aan een opmars. Op verschillende plaatsen in Nederland worden meer nesten gevonden dan vorig jaar en verwacht wordt dat ook het aantal meldingen van gezondheidsklachten zal toenemen.
Wat is de eikenprocessierups?
De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. In de zomer leggen de vlinders hun eitjes hoog in de toppen van eikenbomen. De eitjes blijven daar de hele winter zitten. Zodra het in het voorjaar warmer wordt, komen de jonge rupsen uit. Zij leven van de jonge bladeren van de eik en groeien in enkele weken uit tot volwassen rupsen. Tijdens hun groei ontwikkelen ze duizenden hele kleine brandharen, die nauwelijks met het blote oog te zien zijn. Deze haren, die gemakkelijk loslaten en door de wind worden verspreid, bevatten een eiwit dat bij mensen en dieren een sterke irritatiereactie kan veroorzaken. De rupsen leven in groepen en trekken vaak achter elkaar aan. Aan dit gedrag danken zij hun naam.
Waarom zijn er dit jaar weer meer rupsen?
Na een aantal rustigere jaren is er in 2026 een duidelijke toename van het aantal eikenprocessierupsen zichtbaar. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Een belangrijke rol speelt het weer. De afgelopen winter verliep zacht, waardoor veel eitjes de winter hebben overleefd. Vervolgens zorgde een warm voorjaar ervoor dat de rupsen vroeg uit het ei kwamen en zich snel konden ontwikkelen. Hoe gunstiger de weersomstandigheden, hoe groter de kans dat veel rupsen volwassen worden. Ook de zomer van 2025 speelde mee. Toen werden relatief veel nachtvlinders waargenomen. Meer vlinders betekent automatisch meer eitjes en dus ook meer rupsen in het daaropvolgende voorjaar.
Daarnaast is de bestrijding de afgelopen jaren veranderd. Gemeenten kiezen steeds minder vaak voor grootschalige bestrijding en richten zich juist op een duurzame aanpak. Daardoor worden niet overal nesten direct verwijderd. Op plaatsen waar weinig mensen komen, krijgen natuurlijke vijanden vaker de kans om de populatie zelf in evenwicht te brengen.

De natuur helpt een handje
Waar vroeger vooral werd geprobeerd om zoveel mogelijk rupsen te bestrijden, kijkt men tegenwoordig steeds vaker naar de rol van de natuur. De eikenprocessierups heeft namelijk verschillende natuurlijke vijanden. Koolmezen behoren tot de bekendste. Zij voeren de jonge rupsen aan hun jongen en kunnen in het broedseizoen duizenden rupsen opeten. Ook sluipwespen, roofkevers, gaasvliegen en sommige soorten vliegen, helpen mee om de populatie onder controle te houden. Veel gemeenten planten bloemenmengsels langs wegen en in parken. Bloeiende planten trekken insecten aan. Daarnaast worden op veel plaatsen mezenkasten opgehangen. Deze aanpak zorgt niet direct voor een verdwijning van de eikenprocessierups, maar kan er op langere termijn wel voor zorgen dat grote uitbraken minder vaak voorkomen.
Welke klachten kunnen ontstaan?
De meeste klachten worden veroorzaakt door de brandharen, die slechts enkele tienden van een millimeter lang zijn. Deze kunnen gemakkelijk in de huid, ogen of luchtwegen terechtkomen. Vaak ontstaan binnen enkele uren jeukende rode bultjes die lijken op insectenbeten. De huid kan branderig aanvoelen en soms ontstaan kleine blaasjes. Ook de ogen kunnen rood worden, tranen of gaan jeuken. Als brandharen worden ingeademd, kunnen sommige mensen last krijgen van keelpijn, hoesten of benauwdheid.
Niet iedereen reageert hetzelfde. De ene persoon merkt nauwelijks iets, terwijl een ander heftige klachten ontwikkelt. Mensen met astma of een allergische aanleg, zijn vaak gevoeliger voor de brandharen. Ook huisdieren en paarden kunnen klachten krijgen wanneer zij met de haren in aanraking komen. Bijzonder aan de brandharen is dat zij lang actief blijven. Zelfs oude nesten kunnen maanden of zelfs jaren later irritatie veroorzaken. Daarom is het belangrijk om ook verlaten nesten niet aan te raken.
Wat kun je doen om klachten te voorkomen?
Wie in een gebied komt waar eikenprocessierupsen voorkomen, doet er verstandig aan de huid zoveel mogelijk te bedekken. Na een wandeling kan het helpen om de kleding direct te wassen en te douchen. Zo worden eventuele brandharen verwijderd voordat zij irritatie veroorzaken. Zie je een nest in een boom langs een druk wandelpad, fietspad of speelplaats, meld dit dan bij de gemeente. Probeer een nest nooit zelf weg te halen. Hiervoor zijn speciale beschermingsmiddelen nodig, omdat bij het verwijderen grote hoeveelheden brandharen kunnen vrijkomen.
Heb je toch klachten gekregen, spoel de huid dan voorzichtig af met lauw water en probeer niet te krabben. Bij ernstige klachten of benauwdheid is het verstandig contact op te nemen met de huisarts.
Tot slot
Deskundigen verwachten dat de eikenprocessierups voorlopig onderdeel blijft van de Nederlandse natuur. Door klimaatverandering verlopen winters gemiddeld zachter en beginnen lentes steeds vroeger. Dat zijn omstandigheden waarvan de rups kan profiteren. Het is verstandig alert te zijn tijdens het voorjaar en de zomer. Door nesten te vermijden, voorzichtig om te gaan met mogelijke brandharen en meldingen serieus te nemen, kunnen veel klachten worden voorkomen.